Oosterhoutse trail

Ron waagde zich op 8 juli weer aan een trail, in Oosterhout (Noord Brabant), met de verrassende naam: de Oosterhoutse trail!.

Vandaag word ik naar Oosterhout gedirigeerd door mijn trailrooster. Of eigenlijk doet dat de loopkalender van leden van de Nijmeegse club ‘Gezond Hardlopen’. Ik mag met hen mee, zowaar op uitnodiging. Zo’n formele status van gastloper is nieuw voor me. CAOvereenkomstige rechten en plichten? Geen idee. Wel gedogen ze dat ik mijn Cifla Nijmegen-shirt draag. Deze gulle geste is fijn voor mijn voorzitter, die immers terecht kickt op elk extra druppeltje bovenlokale clubnaamsbekendheid. Zélfs als dat gebeurt door trailers, een nog steeds ietwat argwanend bekeken extravagante, dissidente tak aan de traditionele atletiekboom.

Kort na het middaguur staat de auto voor de deur. Ik vermoed fronsende wenkbrauwen nu bij de lezer (die mij kent): ‘Huh, auto?’ Ja, sorry. Maar er is ’n goeie reden. De reis gaat niet naar ‘ons’ zeer nabije Gelderse Oosterhout, maar naar de Brabantse variant, zo’n 107 km westwaarts via A15 en A27.
Grif toegegeven: dat kan best 20 km korter. Maar ik ga hier niet m’n dure windstroom verspillen aan een transcriptie van de discussie die ’n kwartier lang in de auto de sfeer, laten we dit neutraal verwoorden: beïnvloedt.
Voor de Gezond Hardlopende chauffeur (v) blijkt Uncle TomTom’s wil absoluut wet en wordt mijn uitmuntende topografische kennis gewantrouwd of wellicht niet eens geloofd, in elk geval genegeerd. Het privilege van gastloper garandeert kennelijk niet dat elk trailweggetje over rozenblaadjes gaat.

Kort na tweeën de aankomst in Oosterhout bij de prachtige atletiek-accommodatie van ATV Scorpio. De start van de 23 km lange trail is ’n uurtje later. Op bijna het heetst van de dag. Maar trailers klagen en zeuren niet. In elk geval niet vooraf al. Zij zijn de échte bikkels (v/m) binnen de hardloopwereld.

Na het startschot ’n half rondje baan (terzijde: wie mij een in de praktijk toetsbare definitie kan geven van dit abstracte concept half rondje, mag me contacten). Dan ‘n best stuk verhard wegdek. De berm langs het fietspad oogt grassig maar voelt hard, hobbelig, hellend. Het asfalt loopt comfortabeler, ondanks het amper ingelopen trailschoeisel. Minder aangenaam is de hitte die zon en asfalt uit- resp. afstraalt. Vandaar na amper 8 minuten al de eerste greep naar de bidon. Gevuld met te zoet, maar isotoon sportwater, dat ‘meteen door het lichaam opgenomen wordt’. Mooi, maar wáár dan? Die door onszelf betaalde dure reclamefabel, daar trappen we steeds weer met z’n allen sukkelig in. Of  ……. toch alleen ik?

Na drie slokjes, uiteraard met geknoei, frutsel ik de bidon terug in de heupgordel. Net op tijd, want plots gaat het haaks linksaf, de Vrachelse Heide op. Hardloopknop uit, trailmodus aan. Voor een fantasierijke route, onzuinig gelardeerd met bochtige paadjes, kittige klimmetjes, overhangende takken, struikelzand en nog ander welkom gehinder. De parcoursbouwer (m) van dienst heeft zich goed uitgeleefd. Dat hij nu niet eens het achterste van z’n tong laat zien, blijkt veel later veel verderop.

Maar wel jammer dat de dollemansloop door het de Vrachelse labyrint opeens eindigt en we opnieuw belanden op vermaledijd asfalt, maar wel noodzakelijk voor de doorsteek naar een vervolgtraject met trailallure. Fietspad, brug over, hellinkje af, slootje over. Dit laatste leeftijdsadequaat uiterst moeizaam. Desondanks zonder plons, want slootje staat woestijndroog. Dan ineens is daar de aanvang van ’n leuke, zonluwe slingertrack. Prikvegetatie, valkuiltjes, stoottakken en struikelwortels included. Langs het Markkanaal. Het zicht op zeer nabij water wordt door de afdeling videoproductie van mijn brein zonder dralen omgekat in een fata morgana van verkwikkend douchewater. Nú al, na amper, wat zal het zijn, 7 km? Da’s hartstikke faute mentale boel.

Wat even later verergert als het knusse, groene slingerpaadje bruusk overgaat in een met zand en stenen aangestampte, liniaalrechte en schaduwarme landweg. De koperen ploert boven me heeft daar opnieuw vrij spel. Verlossing uit dit vagevuur zal pas komen ergens achter een onzichtbare horizon. Daar eindelijk aangekomen verlaten we het hellepad vlijmscherp, zowel rechtsaf als omlaag. Vervolgens (zoiets als) hinkstappend over een diepe greppel. En dan verder over de vage contouren van een graslandpaadje, mikkend op een klaphek in de verre verte. Na openen daardoorheen, linksaf, over bochtig wegdek, dat na ’n paar honderd meter gelukkig ingeruild wordt voor alweer zo’n intiem, bossig, kriskras hazenpaadje. Dit leidt me ongetwijfeld naar de terugbrug over het Markkanaal. Klopt, dus fijn dat m’n richtingsgevoel wél nog intact is.

Brug over, linksaf, steil omlaag. Het traject daarna is ook weer niks mis mee. Een slingerpad door een afwisselend landschap. Ik meen, as-I-type, me zelfs de overdwarse passage van een golfbaan te herinneren. Kort daarna wordt het ineens druk: een drankpost, waar ook de lopers op de kortere afstanden van de Oosterhoutse Trail mogen komen foerageren. De luchttemperatuur eist z’n tol; kratten, vaten en flessen kunnen niet genoeg aangesleept worden.

Maar ik heb geen behoefte aan (lees: maak geen tijd voor) culinair oponthoud, ondanks al die verleidelijk uitgestalde lekkernijen. M’n eigen krachtvoer in de vorm van veuls te dure isotonic energy gel in tropical flavour (vrij vertaald: mierzoete kleefgel) moet volstaan. Dus snel (mwah) verder, over een open pad, door een stukje bos, weer dat open pad en, zo is zichtbaar vanaf grote afstand, aan het eind linksaf over een verharde weg.

Best overbevolkt daar. Met allerlei weg- en bermgebruikers. Op de straathoek adviseert en dirigeert het wegwijsbord me naar ‘Aan de linkerkant in de berm!’ Zo voorkomt de trail-organisatie een onontwarbare kluwen van divers gemotoriseerd verkeer, fietsers met of zonder extra chemische of mechanische krachtbron, huifkarren op paardenkracht, ruiters (in functie), argeloze wandelaars en ons, die zwetende zwoegende uitslovers op hardloopschoenen in subtropische omstandigheden.

De linksbermige vluchtroute is gelukkig van korte duur. Want ineens is’ ie daar weer: de Vrachelse Heide! Sinds het verlaten van dit stuk prachtnatuur, ’n uurtje geleden?, heb ik er vaak aan teruggedacht en naar méér van hetzelfde gesmacht. Fijn dat ook de smeekbeden van ongelovigen worden verhoord.

Meteen bij deze hernieuwde kennismaking wordt kraakhelder dat de routebedenker nu pas al z’n architectonisch-creatieve troeven op ta … uh …. heidebodem legt. De 2e passage over de Vrachelse Heide oogt en voelt immers als een hallucinant bochtenlabyrint, dat zich ‘t best laat typeren als ’n (vrijwel) horizontale rollercoaster.
Het kán niet anders dat talloze clubvrijwilligers dagen en nachten bezig zijn geweest met het verknippen van duizenden meters afzetlint in evenzoveel losse stukken, om daarmee dit feeërieke Vrachelse trailtraject van Duizend-en-een-bocht maakbaar te maken.
Trailers die het dan tóch nog voor mekaar krijgen om hier het spoor bijster te raken, te zijn en te blijven? Tja.

Aan alle leut komt helaas altijd ooit ‘n eind. Zo ook aan de Vrachelse spektakeltocht. De ontnuchtering is wel abrupt, ineens beloop ik weer dat fietspad van 2 uur geleden. Brug onderdoor, even verder naar rechts, dan via het bospad baanwaarts.
Ik kijk uit naar m’n traditioneel snelle, slotrondje van 400 meter. Maar het wordt onverwacht een minder gezwinde finishing touch. Halfweg de eerste lange zijde verloopt namelijk ineens de verplichte loopkoers diagonaal van binnenbaan over tussenbanen via buitenbaan naar buiten de baan. Daar muteert het supersnel kunststof in ‘n tergend langzaam oplopende bak boordenvol diep struikelzand, waarschijnlijk illegaal ontvreemd uit de Vrachelse heide; daar waren wat kuilen, viel me op.
Het ieniemienie daalstuk na de top van deze kunsthelling (om redenen van mogelijk redactionele censuur heb ik aan de eerste lettergreep 3 letters toegevoegd) compenseert bij lange na niet het tempo- annex tijdverlies door de klim. Een megasonisch slotrondje kan ik op m’n buik schrijven. Mokkend zwalk ik naar de finish. Daar trakteert de speaker van dienst alle lopers op een enthousiast welkom en daar kan m’n gemok niet tegenop!

Tot slot nog even het thema aansnijden dat - vooral ambitieuze - trailers in een wurggreep houdt. Hoogtemeters. Persoonlijk gaat mijn voorkeur uit naar ’t verzamelen van daalmeters. Vooraf, op Google Earth, lijkt de Oosterhoutse Trail zich grotendeels af te spelen tussen 10 en 12 meter NAP, met ’n duizelingwekkende uitschieter naar 14,5 meter. Waarom laat mijn Polar me dan na afloop zonder blikken of blozen 135 klimmeters zien? Toch niet dankzij die twee bruggen? Ik schat ze, ruimschoots naar boven afgerond, op 10 meter. Niet elk. Samen. Of is het toch de optelsom van al die hobbels over de heide en door het bos? Aangevuld misschien met kilometers lang vals plat van 0,7% en wat verkeersdrempels onderweg? Plus natuurlijk die Vrachelse zandkuilen!

Digitale navraag bij zij van Scorpio die het kunnen meten dus weten, doet slechts stadslicht aan in de duisternis. Die 135 meter? Het zou kunnen. Het zou ook zomaar niet kunnen.
Dicht bladerdek en een oververhitte barometer worden door het Hoofd Hoogtemeetdienst van Scorpio genoemd als - heel misschien - de goeie verklarende factoren voor heel wispelturige hoogtemeetuitslagen. Zelf registreerde hij immers 40 meter tijdens de ochtendmeting, maar gek genoeg slechts de helft daarvan slechts enkele uren later. Zachtere fietsbanden? Verzakt zadel? Stiekeme sinkholes? Gestegen luchtdruk?

Zélf vermoed ik nu dat de enige écht aannemelijke reden voor het brede scala aan opgemeten Oosterhoutse trailhoogtemeters gezocht moet worden in de tsunami van bochten van 90 graden en meer. Elke GPS zou daar horendol van worden.
Al met al bekruipt me toch het onbehaaglijk gevoel dat mijn Polar een fantast of jokkebrok is. Of allebei, om de beurt. Wat een ontluisterende ontnuchtering. Dacht namelijk dat ik in anderhalf jaar tijd virtueel het equivalent van 4 keer de Mount Everest aan hoogtemeters bijeen getraild heb. Die 4 zal wel kloppen. Maar die Everest? Laten we het wat treetjes afschalen …………………………. de Vaalserberg?

Lang verhaal kort: prachtige trail, goede organisatie, perfecte bewegwijzering, gulle catering onderweg en aan finish, gemoedelijke ‘Brabantse’ sfeer. En dat allemaal voor een sympathiek vriendenprijsje 
Kortom, Ciflaten: aanrader!

Ron Slangen

Login to post comments

Over CIFLA

cifla zwart 77x80
 
Cifla is een samenstelling van de Latijnse woorden citius (snel) en flatus (wind). Snel als de wind, dat klinkt keurig, maar eigenlijk betekent het "snelle scheet". De naam is een mild protest tegen de destijds nogal formele en behoudzuchtige atletiekwereld

Partners

NeerlandiaHoutenVloeren kl

 

Sponsors Racerunning

gehandicaptensport kl

2ehandszorghulpmiddelen kl

gemeentebergendal kl